6 september 2013

Jack McDevitt – Time travelers never die (New York : Ace Books, 2010)

Wetenschapper Michael Shelborne verdwijnt op mysterieuze wijze en zijn zoon Shel ontdekt dat zijn vader een tijdreisapparaat heeft uitgevonden. Hij gaat met zijn vriend, taalkundige Dave Dryden, op zoek naar zijn vader en maakt daarvoor vele tijdreizen.
Tijdreizen is aantrekkelijk, want je kan aanwezig zijn bij alle grote en kleine momenten in de wereldgeschiedenis. Dat is ook precies hetgene dat Shel en Dave doen, even makkelijk als anderen op vakantie gaan, springen ze door de tijd en zijn onder andere getuige van de beroemde ‘I Have a Dream’ speech van Martin Luther King.
Ze maken sprongen van honderden jaren in de tijd, maar ook sprongetjes van een minuut en daarin wordt het boek wat overdadig. Op een gegeven moment weet je werkelijk niet meer, wie nu waar is, of op welke moment in de tijd. Ga maar eens nadenken over de praktische dingen van zo’n tijdreis en je beseft dat het niet mogelijk is, er moeten miljoenen tijden naast elkaar bestaan om het mogelijk te maken. Ik blijf fan van Geordi Laforge (Star Trek Next Generation) die tijdens zo’n discussie zei: ‘This is precisely why time travel gives me nosebleeds’.
Gelukkig gaat dit blog niet over boeken met een Science Fiction tintje, maar over boeken waarin toneel wordt betrokken. Shel en Dave gaan namelijk terug naar de oudheid waar ze in de bibliotheek van Alexandrië de complete collectie toneelstukken van Sophocles bestuderen. Van Sophocles zijn welgeteld zeven tragedies en één saterspel overgebleven, terwijl de overlevering vermeldt dat hij 123 toneelstukken heeft geschreven. Ze brengen stukken terug naar het heden en sturen dit naar een vrouwelijke wetenschapper die één van de stukken zelfs laat opvoeren. Amusant genoeg dus voor een plekje op dit blog.

1 opmerking:

Niek Chen zei

Zoals je het boek beschrijft, geeft het mij het gevoel een kinderboek te zijn. Is dat ook zo of is het wel meer op volwassenen gericht?

En Geordie blijft super!